Wilde deze post eigenlijk ‘Van (afschuwelijk) El Nido naar (middelmatig) Coron met (een fantastische expeditie van) Buhay Isla’ noemen, maar dat bleek wat lang. Dekt wel helemaal de lading, dus daar gaan we.

Een week voordat we vertrokken wisten wij over de Filipijnen dat a) mijn vader er een aantal weken eerder op dag twee in hoofdstad Manilla beroofd was, dat je er b) vreselijk mooi kunt duiken (kunnen wij niet) en dat c) Manilla een stomme stinkstad is waar je precies niets te zoeken hebt. Dat leek ons een prima uitgangspunt om zo snel mogelijk een ticket naar een leuker Filipijns oord te boeken en na een minuut googelen vonden we het paradijselijke eiland Palawan en boekten we een enkeltje Puerto Princesa. Hoppa.

In Puerto Princesa ontmoetten we twee Engelsen die ons naar Borocay wilden sturen (trapten we mooi niet in) en anders in ieder geval naar El Nido. Het zou het ultieme backpackersparadijs moeten zijn, dat El Nido. Gelegen in het noorden van Palawan beloofde de lovende verhalen adembenemende schoonheid, geweldige boottours en genoeg andere backpackers om de beest mee uit te hangen. Spoiler alert: leugens. Gelukkig was er iemand die ons op de valreep een laaiend enthousiast verhaal over Port Barton vertelde en besloten we daar ook nog even aan te waaien voordat we onszelf om ver zouden gaan laten blazen door het magische El Nido.

Zoals je hier hebt kunnen lezen was Port Barton de samenvatting van alles wat goed is in het leven: zon, zee, strand, fijne mensen, koude pils, goed eten en afschuwelijk hard karaoke zingen. Toen wij na vijf dagen besloten dat het nu toch echt wel tijd werd voor de overtreffende trap die El Nido beloofde te worden stapten we op een bus en kwamen we een paar uur later aan in de mistroostige ellende van (je raad het nooit) El Nido.

El Nido

Ik wil dit echt zo kort mogelijk houden want El Nido is immens populair en dat zal ongetwijfeld met een reden zijn maar dan moet je niet bij ons zijn. El Nido is druk, vies (alle mensen die wij spraken zaten – zonder uitzondering – een paar dagen aan hun pot gekluisterd vanwege de slechte hygiëne overal), viezer (dode honden en katten op straat, blijven daar gerust een paar dagen liggen) en viest (door het veel te snel uit de grond willen stampen van nieuwe hotels zijn er waterputten naast het riool geslagen waardoor je van een druppel kraanwater al E. coli-infecties op kunt lopen). Onze tip: kom aan in El Nido, bezat je, slaap een gat in de dag, spendeer de rest van de dag in bed met Netflix en ga ’s avonds patat en falafel eten bij Happiness Beach Bar of een mangosalade bij Artcafe. Oja, vergeet niet te pinnen (en doe dat op tijd, want de pinautomaat is regelmatig hartstikke leeg) want je tikt de expeditie contant af. En dan als de sodemieter de boot op voor een driedaagse expeditie héél ver bij El Nido vandaan.

Buhay Isla Expeditie

Het duurt even voor je ze te pakken hebt (tip: zet even heel groot EMERGENCY1!11 in de subjectline van je e-mail) maar dan héb je ook wat lieve mensen. Wij hebben drie dagen lang Expeditie Robinson gespeeld maar dan mét fantastisch eten, zonder zandvlooien en als niet onbelangrijke bonus: onbeperkt rum cola. Je moet weten dat ik vrij slecht ga op alles wat met boten te maken heeft. Ik vind boten koud, veel te schommelig en bovendien heel erg onhandig als je zo ineens bedenkt dat je geen zin meer hebt en er nu (NU) af wilt. Thijs daarentegen had het liefst op een boot gewoond. Voordat we vertrokken was ik dus heel erg zenuwachtig maar gelukkig vond ik El Nido zo dusdanig stom dat ik vooral opluchting voelde toen we eindelijk, met nog veertien anderen, plaatsnamen op de boot. Het duurde even voordat we vertrokken (want: Filipijnen) maar al na 30 minuten varen kwamen we aan bij ons eerste stopje. We snorkelen, zwemmen, maken een beetje kennis met de vier Nederlanders, Zweedse schone, Engelsman, onze twee schotse zuipschuiten, twee hele knappe Zuid-Afrikanen, twee niet Engelssprekende Fransen en een Amerikaans stel. En vanaf dat moment gaat alles gewoon twee volle dagen in de herhaling. We varen, snorkelen, zwemmen, springen van rotsen af, krijgen werkelijk waar geweldig eten voorgeschoteld en grijpen rond een uur of vier naar de door onszelf meegebrachte pilsjes of de door de crew verstrekte rum cola. We krijgen er dan ook nog een verse bananenloempia  (ik zou alleen al nog een keer meegaan om nog één keer die bananenloempia met chocoladesaus te proeven) en één of andere magische zonsondergang bij. ’s Avonds slapen we op onbewoonde eilandjes: in tenten of in rieten hutjes. We dansen en zingen heel hard bij een kampvuur en we spelen een drankspelletje met de bemanning (waarbij ik hopeloos verlies). Het ene eiland is nog mooier dan het andere en we zijn verslaafd aan de magische onderwaterwereld. Het is écht het paradijs. Precies zoals het moet zijn. Na drie dagen zijn we afgepeigerd door het vele snorkelen, de korte nachtjes en misschien ook een pietsje te veel van die lokale rum maar hadden we het helemaal niet erg gevonden om nog even door te varen. ’s Avonds hebben we zelfs zoveel heimwee dat we met onze Zweedse schone, de Engelsman en de crew om het af te leren nog één keer alle Filipijnse krakers fonetisch mee bleren in de karaokebar in Coron town. Je hebt bijna niets nodig tijdens de expeditie: een tandenborstel, je bikini, een handdoek en/of sarong, een droog pakkie voor ’s avonds, héél veel zonnebrand, een zonnebril, een waterdichte tas (die je overal voor een prikkie kunt kopen) en nouja, een paracetamolletje kan dus handig zijn. Pak een klein tasje in voor die paar dagen, je grote backpack of koffer wordt onderin het ruim gegooid.

Coron

Coron ja, de eindbestemming. We vermoeden dat het lag aan de come down van drie dagen paradijs maar wij vonden Coron medium leuk. De stranden zijn een beetje viezig, Coron town is ook een beetje meh maar je schijnt er wel fantastisch mooi te kunnen duiken. Tussen oude scheepswrakken bijvoorbeeld. Helaas duiken wij niet, dus die highlight ging in rook op, maar ik rookte een sigaretje met een fervent duiker die het helemaal het einde vond, dus die besloot ik op z’n blauwe Zweedse ogen te geloven. Voor ons was dit vooral het laatste stukje ‘vakantie’ na drie maanden intensief reizen en voordat we naar Australië zouden vliegen om te werken dus wij hebben heel veel geluierd. Een paar tips: scootertje huren is altijd leuk, het állerbeste eten (maar niet persé de beste slaapplek, daarom vertrokken we na een dag) vind je bij Ecocio Eco Hostel. Wij sliepen in Mount Avangan Eco Adventure Park en het grootste avontuur wat we daar beleefden was de liveporno waar we dankzij onze buren drie dagen lang in zaten. Zes keer per dag mensen, ga er maar aan. Om zeven uur ’s ochtends beginnen de buren met karaoke, het restaurant zou ik overslaan en er lopen een paar wilde honden rond die je beter vermijdt, máár er is een zwembad (!!), er zijn hangmatjes in het bos en als je buren niet besluiten om twee uur ’s nachts voor de zoveelste keer te gaan ramptetampen is het er heerlijk rustig. Wij waren vijf dagen op Coron en dat waren er echt twee te veel, maar dat kwam ook omdat we eigenwijs waren en vonden dat we al genoeg boottours gezien hadden. We zijn zelf gewoon medium leuk, moet je maar denken.